Lucinda Ra spreekt over Fioretti

 

Lucinda Ra spreekt over Fioretti.

 

1 jaar

Barbara: We hebben een residentie georganiseerd in de kinderpsychiatrie Fioretti. Nu zijn we in De Werf om daar een voorstelling over te maken.

Simon: Deze residentie heeft een jaar geduurd. Tijd is relatief: dat jaar voelt als heel erg kort.

Stefanie: Je zou denken dat het een grote luxe is: één jaar werken aan een voorstelling. Maar het gaat over veel meer dan de voorstelling alleen. De voorstelling maken is ons doel, maar we willen dat niet doen zonder echt te weten waarover we aan het vertellen zijn. Je hebt dat jaar nodig. Om het theater los te laten, om net van het theater afstand te nemen. Anders observeer je met een te gevormde kijk, dan kijk je naar alles in het kader van een scène. ‘Alles wat vooraf ging’ is dus vier keer zo lang dan de voorstelling maken.

Het feit dat Fioretti ons uitgangspunt is, en geen verhaal of een tekst maar wel een context waar we gewerkt hebben, dat heeft consequenties.

Er is een plek die we moeten (en willen) leren kennen. Dit soort plek, een kinderpsychiatrie, is een geïsoleerde omgeving. Het duurt enige tijd om te beseffen hoe die werkt, als buitenstaander is niets wat daar gebeurt vanzelfsprekend. Het is een voorrecht om zo naar de dingen te kunnen kijken. Het ontcijferen is enkel tijdrovender dan bijvoorbeeld een tekst. Fioretti is onze tekst.

Simon: We zijn niet het soort makers die een tekst gaan schrijven op een zolderkamer. We hadden na de Christoffel terug in een zaal kunnen gaan zitten om een verhaaltje te verzinnen, maar dat wilden we niet. In ons residentiejaar was de voorstelling bijzaak. Het geeft rust en inspiratie om niet bezig te moeten zijn met scènes. Het is gezond om als theatermaker daar niet altijd mee bezig te zijn, anders word je een kneuterige toneelfanatieker die vergeet waarvoor het dient. Het observeren en laten ontstaan voelt ook als een eerlijke manier van werken. Daarbij willen we zoveel mogelijk met hen samenwerken. En zien we hen niet als ‘het onderwerp’. Zelfs niet als ‘maar’ kinderen. Met hen samenwerken en hen en hùn context de voorstelling laten bepalen dat is de kern van de ‘co-productie’ zoals we dat noemen. Sommige kinderen zitten er zelfs bij als we een productievergadering houden. Dat zijn hele leuke momenten. Maar dan moet je dus die context voor laten gaan op ‘het maken van een voorstelling’. Niet dat we dat niet belangrijk vinden. Integendeel: op deze manier krijgen we op den duur veel zin om vooral een voorstelling te maken.

 

Kind

 

Stefanie: Ik vind het heel belangrijk dat het over kinderen en pubers gaat, dat bepaalt de vorm van de voorstelling. Barbara en ik hebben al een voorstelling gemaakt met psychiatrische patiënten, maar dat waren volwassenen. Dat verschil is heel duidelijk. Kinderen hebben een andere dynamiek. Ze zitten in een vroege fase van het leven. Kinderen hebben een andere fantasie. De kinderen van Fioretti zijn erg getekend, maar er hangt meer hoop aan. Er hangt vaak ook meer kleur aan. Kinderen en pubers hebben een andere vorm van nieuwsgierigheid. Ze hebben ook een ander taalgebruik. Ze hebben meestal nog ouders. Kinderen hebben de toekomst voor zich. Die is hard aanwezig. Volwassenen hebben een verleden achter zich.

Bij kinderen en pubers denk je veel meer na over een toekomst. Bij ouderen wordt je geconfronteerd met een verhaal dat al meer af is.

Simon: Giovanni wees daarop toen we in Amsterdam werkten. Hij vond dat we de situatie van de kinderen vooral altijd als een fase moeten zien. Dat we er zo moeten mee omgaan. Dat we hun situatie nooit als een finaliteit mochten voorstellen. Soms is dat tegen beter weten in, maar toch is het de beste manier om er naar te kijken. We willen hen vooral niet laten samenvallen met een definitief oordeel. Dat moet je heel letterlijk opvatten: een diagnose is nooit een vaststaand gegeven maar het werkt soms wel zo.

Maarten: Hoe de mechaniek van een psychiatrie werkt, hoe kinderen daar terechtkomen en hoe een diagnose tot stand komt, dat vind ik interessant. We willen dat de voorstelling daarover vertelt eerder dan over de problemen van de kinderen te spreken. Als geschoold elektromechanicus draaide ik enkele jaren mee in de industrie, waar men doelstellingen op een rationele manier benadert. Wanneer je alleen efficiëntie en winst voor ogen houdt, kan je niet meer aandachtig kijken. Het lijkt alsof het rendement op korte termijn ook in de zorgcentra de bovenhand krijgt. Ik ben bang dat het verhaal van het kind zelf dan niet langer centraal staat.

 

De wereld is zot

 

Barbara: Door het contact aan te gaan met een plek als Fioretti, kijken we vooral naar onszelf. Fioretti is een kleine wereld die het ‘niet gangbare’ toont en dat is heel interessant. Hoe wij daarin verdwalen en hoe we dat proberen te vertalen, en vooral verwonderd proberen te blijven. Dat willen we vertellen. Geen focus op ‘hoe het toch maar beter niet is’. Of anders gezegd: we willen niet de focus leggen op het stigma dat wordt gezet. Soms voelt dat als een stempel in de oren van vers vee. Als iemand u een stempel geeft dan bestaat ze. Dan is dat zo. Vandaar dat wij ons afvragen hoe lang de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) nog zal worden in de toekomst. Per slot van rekening vertonen wij allemaal vele kenmerken uit dit boek. Het gaat meer over hoe de buitenwereld naar hen kijkt dan over henzelf. Niet wat er mis is met hen, maar wel hoe we als maatschappij naar hen kijken.

Maarten: Als je met hen omgaat kijk je ook opnieuw naar hoe onze wereld werkt. Hoeveel prikkels er in die zotte wereld van ons zijn. Bij een tweede bezoek aan Fioretti werden we gevraagd de stad in te gaan om ingrediënten te kopen voor het middagmaal. Samen met enkele pubers trokken we naar de winkel. Reeds bij het nemen van de tram valt het op hoeveel prikkels ze opnemen van die buitenwereld. Hoe ze reageren op alles wat op hen afkomt. Hoe ze reageren op de aanwezigheid van andere mensen en de reclame. Ze slagen er niet in om iets buiten te houden. Ze worden volledig in beslag genomen door alles wat ze zien.

Stefanie: We zijn met hen ook het Guislain museum gaan bezoeken maar toen moesten we echt met hen naar een tekening gaan en erop wijzen. Je denkt eerst snel dat ze best niet teveel prikkels krijgen. Omdat ze dan ‘te groot gedrag’ kunnen vertonen. De tekeningen en foto’s die in Guislain werden tentoongesteld zouden dan misschien teveel prikkels kunnen zijn. Maar het was eerder zo dat de twee kinderen die mee een bezoek brachten aan de tentoonstelling ‘onverschillig’ bleven ten opzichte van de beelden: we moesten echt met hen naar een tekening gaan en erop wijzen.

Het leert mij ook dat kunst vaak een groot bewustzijn nodig heeft om ernaar te kijken. Wij doen alsof dat gemakkelijk gaat. Maar je moet vaak jezelf er echt voor aan het werk zetten.

Misschien willen kinderen ook liever iets beleven. Zoals Hirschhorn, die de mensen botten gaf om door het vuilnis te lopen in zijn tentoonstelling ‘Too Too Much Much’.

Daar waren veel kinderen die dat fantastisch vonden. Gewoon kijken is niet voor iedereen ‘beleven’. Daarin zijn de kinderen van Fioretti niet anders. Het valt ook op dat ze vaak niet zo veel verschillen van het ‘gewone’.

 

Theater is ganzenlever

 

Simon: Iedereen van ons heeft op zijn eigen manier materiaal verzameld. Nu zijn we begonnen ons materiaal samen te brengen. Nu moeten we het op bepaalde manier vastnemen. Het afwisselen van media, maakt het wel mogelijk om een structuur te maken. Het is ook de vraag of we nu al die media gebruiken? Of moeten we ons beperken? Dat moeten we nu proberen te beantwoorden.

Soms vragen we ons af of we nu hetzelfde denken over theater. Misschien wel. Maar we hebben in ieder geval geen schrik van het feit dat we op een verschillende manier werken.

Maarten: Het is spannend om de concentratie van een publiek voor iets op te eisen dat niet evident is maar waar de noodzaak voor bestaat om het te vertellen.

We doen dat op een poëtische manier maar we willen niet naïef zijn. De mensen op hun gevoel aanspreken en het door de strot duwen.

Stefanie: Theater is ganzenlever.

Simon: Op zo een moment zien we theater niet als schone kunsten maar als artistiek medium. Dat delen we ook: we willen geen schone kunsten maken.

Maarten: Door te vertellen geven we een inkijk in een wereld die niet veel mensen kennen – maar die wereld wordt wel door die maatschappij, dus door ons, bepaald.  Dat is die maatschappij waar we allemaal verantwoordelijk voor zijn omdat we er nu eenmaal in leven. Voor ons is er altijd de relatie tussen een artistieke praktijk en de maatschappij.

Simon: En er is vandaag nu eenmaal niet veel ruimte voor een artistieke praktijk en er schort ook veel aan die maatschappij.

Stefanie: Soms wordt het theater naar ons gevoel slecht omdat er geen enkele link is of code die nog naar de buitenwereld verwijst. De buitenwereld is dan heel ver af. Dan heb je geen aansluiting om er naar te kijken.

Simon: Muziek heeft dat niet. Dat is ook het fijne aan het werken met Giovanni en Jeroen. Hun muziek is abstract en heel concreet tegelijkertijd. Giovanni noemt dat een directe poëtische communicatie. Dat is ook zo. Je merkt dat dat met de kinderen in Fioretti ook zo werkt. Jeroen en Giovanni beginnen te spelen voor hen en iedereen is mee.

 

Fioretti is niet thuis

 

Barbara: Waarom dan de psychiatrie uitgerekend ons onderwerp is? Dat is een vraag zonder een al te direct antwoord. Dat is moeilijk om te beantwoorden of te verklaren. Maar psychiatrie is inhoudelijk iets, en we hadden er al een link mee vooraleer we met Fioretti te maken kregen. Het is ook voor ieder van ons anders. We delen in ieder geval de noodzaak om er over te vertellen.

Hoe hard je er ook over nadenkt, je denkt telkens opnieuw: een kind hoort daar niet te zitten.

Wij eisen spel op door theater te maken, en een kind moet dat ook kunnen doen zonder teveel muren om zich heen. Ik denk dat we ook geïnteresseerd zijn in die muren en daar iets over willen vertellen. Wie heeft die muren gebouwd en waarom mogen ze niet omvallen? En waarom is het kot zo klein als ze omvallen? Er zijn veel vraagstukken en soms lijkt de materie op complexe wiskunde. Daarom zal het noodzakelijk zijn om iets met hersenen te doen in de voorstelling.

Simon: Het onderdrukken van dat geweld, bijvoorbeeld de rustkamer die een soort cel is – hoe je het ook draait of keert, daar komt het op neer – en de medicatie… Je kan daar tegen zijn maar we zouden ook niet weten hoe het anders moet.

Barbara: Toch voel je tegelijkertijd dat het anders moet.

Maarten: De impact van architectuur speelt daarin naar mijn gevoel een belangrijke rol. Er zou meer ruimte moeten zijn voor hen individueel.

Barbara: Ventilatie en adem zijn belangrijk. Dat staat tegenover iets onderdrukken. Iets dat onderdrukt wordt, ontploft. Ginder gebeurt er wel eens een ontploffing.

Stefanie: Ik heb schrik van geweld. Geweld is echt een gegeven in Fioretti. Behalve een kleine dreiging met een knipschaar hebben we daar nooit hinder van gevonden.

Simon: Ons contact met hen is altijd heel goed verlopen. We zijn ook geen opvoedend personeel dat de taak heeft om de orde te bewaren. Wij staan in de positie van de observeerder. Dat is natuurlijk handig. We staan niet in voor ‘opvoedkundig handelen’.

De kinderen toonden snel heel veel vertrouwen in ons. Ze hebben het spel altijd aangenomen.

Stefanie: Zo een groep kinderen is tegelijkertijd een hechte groep en echt een verzameling individuen. Die kinderen zijn er bijna altijd, maar opvoeders wisselen voortdurend. Het is ook vaak niet hun eerste instelling. Dus steeds andere mensen, en de vreemden die passeren kennen ze snel.

Maarten: Je krijgt het gevoel dat ze verschrikkelijk snel volwassen moeten worden. Hoe ze in een onbekende groep terecht komen. Sommige hebben vaak al verschillende voorzieningen achter de rug.

Stefanie: De kinderen zijn ook allemaal erg op zichzelf. Het lijkt alsof ze weten dat iedereen rond hen tijdelijk is.

Barbara: En hoe lang ze ook in Fioretti verblijven, de thuissituatie is veel meer aanwezig dan je zou denken. We zijn ook een aantal van de ouders gaan bezoeken. Dan merk je dat hun verblijf in Fioretti, en hun positie vooral onderdeel is van een nog grotere problematiek.

 

 

Brugge, dinsdag 20 januari 2015

 

brochure-Fioretti

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: